|
|
Een mooie kijk op Germinal Beerschot
getekend : Jan Mulder
ANTWERPEN - Het Kiel leeft in collectieve
verbazing: Germinal Beerschot is acht competitieduels op rij
ongeslagen en gaat dit weekend tegen Dender voor nummer negen.
Gebeurt dit wel echt? Staan de geluksgoden plots aan
Beerschotkant? Zelfs in de glorietijd van het oude Beerschot
onder Rik Coppens is zo'n reeks nooit neergezet. Het record
(tien zeges op rij) dateert van 1901. We voelden de barometer
bij het huidige
succes. «Nu eten we kreeft, maar er zullen ook nog boterhammekes
met confituur komen.»
Door: Bart Fieremans
Even het geheugen opfrissen: Brussels, Westerlo, Roeselare,
Anderlecht, STVV, Bergen, KV Mechelen en Moeskroen. De
slachtoffers van Germinal Beerschot opgesomd, goed voor 24 op 24
punten. De reeks is uitbreidbaar tot tien inclusief de
bekerduels tegen Union en OH Leuven. In de stand pronkt de
Antwerpse ploeg op een vierde plek, mét marge. Halfweg de
competitie voelt dat onwennig aan voor de fusieclub, want nooit
vertoond sinds de oprichting in 1999. En al helemaal atypisch
voor de fans die het oude Beerschot met de rijke historie in de
jaren tachtig en negentig zagen wegkwijnen.
Maar de gereïncarneerde club op het Kiel leeft nu op een wolk.
Geen wonder, zegt teammanager Eric Verhoeven, wiens
onweerlegbaar paars-wit hart ook getekend is door het leed van
het vroegere Beerschot. «Ik kan me niet herinneren dat we in
eerste klasse acht keer op rij wonnen, wel dat we acht keer op
rij verloren. Nu, dit is het record van het huidige Germinal
Beerschot. Dat zal niet rap te breken zijn. Maar we mogen nu
niet overmoedig worden. Als we niet opletten, kunnen we straks
ook zes keer verliezen. En dan gaan de media vragen: 'Hoe komt
dat?' We zijn Real Madrid niet. Nu eten we kreeft, maar we
zullen ook nog boterhammekes met confituur eten.»
Al hoopt Verhoeven natuurlijk dat de zegereeks nog even
voortduurt, want plezant is het zeker. «Je voelt het vertrouwen
in de ploeg: we komen niet met schrik het veld op. En de spelers
en bestuurders lopen goed gezind rond. Er is meer humor en
minder negativiteit.» Hij maakt er een typisch Antwerps grapje
bij: «We verkopen nu in de fanshop rekenmachines met de tafels
van drie en het logo van Germinal Beerschot. Dat telt
gemakkelijker met al die driepunters.»
Didier Dheedene, één van de leidersfiguren in de groep met een
Beerschot- en Ekerenverleden, beaamt de goede sfeer. «Die reeks
is een unicum voor een club zonder een al te groot budget. Zelfs
voor een kampioen zijn acht zeges op rij uitzonderlijk. We
voelen iets van: 'Ongelooflijk'. Na onze gemiste start had
niemand verwacht dat we vierde zouden staan.» Volgens Dheedene
kwam de moeilijke kwalificatie tegen Leuven in de Belgische
beker afgelopen zaterdag wel gelegen. «Een goede les. Onze ploeg
heeft niet veel marge. Als we maar tegen tachtig procent spelen,
krijgen we het zelfs tegen een tweedeklasser moeilijk.»
Geluk of niet?
Tegen Leuven kwam Germinal Beerschot miraculeus weg. Maar ook in
de competitie kon de fusieclub qua geluk niet klagen. Tegen
Bergen en Mechelen zag doelman Kenny Steppe de bal via de
linkerpaal pardoes terugkaatsen in zijn handen. En Tegen
Westerlo kreeg Germinal Beerschot zowaar in de slotminuut een
'lichte' penalty in zijn voordeel - meestal een gunst die de
tegenstander toekomt. Zijn de goden plots gekeerd? «Beerschot en
geluk, dat ging niet altijd samen», geeft Dheedene toe. «Hoe
vaak hebben we niet verloren door pech, ballen tegen de paal, de
ref of één ongelukkige counter. Nu is het alsof we geluk
afdwingen. Ik voelde hetzelfde bij Anderlecht toen ik daar
kampioen speelde.»
Maar op veel wedstrijden in de zegereeks viel niets af te
dingen. «Steppe die een penalty pakt, is geen geluk», zegt
Verhoeven. «In die acht duels slikten we slechts twee goals,
waaronder een owngoal. En we scoorden vlot, dat is allemaal geen
geluk.» Verhoeven ziet de terugkeer van Colman na blessureleed
als de belangrijkste factor in de ommekeer na de gemiste start.
«Hij begon tegen Brussels en sindsdien wonnen we alles. Hij is
het creatieve type dat we misten. Aan hem kan je altijd de bal
kwijt. En hij speelt op dit moment zelfs niet eens super.»
En niet verrassend: hoe langer de reeks duurt, hoe meer
bijgeloof in de ploeg. Steppe verklapte al dat hij na de
nederlaag op Standard (3-1) een paternoster kocht in de
Antwerpse kathedraal. «Sindsdien hebben we niet meer verloren.»
Ook Verhoeven checkt voor elke partij zijn kostuum: «Voor
Brussels had ik een pin van een oldtimerbeurs opgespeld op mijn
nieuwe clubpak. Daarna haalden we tien op tien. Ik durf niet
meer te veranderen.» Dheedene zegt dat bijna elke speler wel een
ritueel heeft. «Maar vaak gebeurt dat wat stiekem. Ik zag hier
nog niemand een indianendansje op het veld of in de kleedkamer
doen.»
Bijgelovigheid is niet besteed aan de clubvoorzitter. Jos
Verhaegen is als architect van het huidige Germinal Beerschot de
nuchterste onder het gild. «Zelfs als we vijftig duels na elkaar
winnen, zal ik niet bijgelovig zijn. Natuurlijk, zo'n reeks is
hier in vijftig jaar niet gezien. Als we nu niet zeggen dat het
goed is, doen we belachelijk. Maar een ploeg en club structureel
uitbouwen, hangt niet af van een reeks van acht zeges.» Al
brengt dat wel aandacht met zich mee. Of hij als voorzitter al
een extra premie uitgeloofd heeft mocht het oude Beerschotrecord
van tien competitiezeges op rij sneuvelen? Neen, dus. «Mochten
we tien keer na elkaar verliezen, ga ik aan de spelers toch ook
niet vragen of ze een deel van hun loon willen teruggeven.»
De voorzitter denkt vooral op lange termijn aan de uitbouw van
zijn club. «Natuurlijk ben ik blij dat we nu in de top vijf
staan. Dat is mijn ambitie met deze club. Antwerpen behoort tot
de bakermat van het Belgische voetbal, top vijf is niet
overdreven. Maar ik roep al lang dat er geen plaats is voor twee
topclubs in Antwerpen. We moeten nu ook een nieuw stadion
bouwen. Over twee of drie jaar voldoet het Kiel niet meer aan de
Europese normen. Alleen als het niet anders kan, blijven we op
het Kiel, maar dan met het gevolg dat er geen topvoetbal is.»
Applaus voor de zegereeks voor Germinal Beerschot komt soms uit
onverwachte hoek. Jan Mulder, ex-speler van het paars-witte
Anderlecht, heeft ook sympathie voor dat andere paars-wit. «Niet
dat ik het op de voet volg, maar ik ben dolblij dat Beerschot -
of Germinal Beerschot - in de top vijf staat», zegt Mulder nu.
«Ik hou van 'Traditionsvereinen', bij Beerschot denk ik terug
aan de interlands tussen België en Nederland die ik als kleine
jongen via de radio volgde, er waren altijd internationals van
Beerschot bij. En met Anderlecht herinner ik me de rivaliteit.
Ik krijg nu nog koude rillingen als ik terugdenk aan mijn eerste
ingooi op het Kiel, die rauwe kreten achter mij. Ik, een keurig
opgevoede Hollander. (lacht)»
Zenuwachtig
Van de huidige ploeg schat Jan Mulder Losada het hoogste in. «Ik
zag die voetballen tegen Moeskroen: klasse. Tegen wie moeten ze
nu? Dender thuis? Jeetje, dan kunnen ze de reeks op negen
brengen. Ik heb vrienden - Beerschotsupporters - in Antwerpen en
ben blij dat die arme mensen nu eindelijk eens een zonnestraal
in hun leven hebben. Het is geweldig dat op die heilige grond
van het Kiel nu weer een club speelt die dat verdient.»
Het laatste woord komt van de grootste coryfee op het Kiel: Rik
Coppens, de smaakmaker van de jaren vijftig. «In mijn tijd heb
ik ook acht keer op rij niet verloren, maar daar zaten gelijke
spelen tussen. Acht zeges op rij is inderdaad abnormaal voor
Beerschot. Zoiets kan je niet verwachten. Zelfs Anderlecht kan
dat niet verwachten.»
Soms komt Coppens nog op het Kiel kijken, tegen Dender weet hij
het nog niet zo goed. «Ik kan de matchen ook thuis volgen via
Belgacom TV. Maar ik kijk nooit wedstrijden van Beerschot live,
ik wacht op de samenvattingen. Anders maak ik me te zenuwachtig.
Ik erger me zo aan de arbitrage. Waarom spreekt niemand over die
twee afgekeurde goal van Beerschot op Cercle?» Uiteraard ziet
hij 'zijn' ploeg het graag goed doen. «Maar ik zie geen
supervedetten in het team. Na Losada en Colman zijn we
uitgeklapt. Tegen vrienden heb ik gezegd dat Beerschot tegen
Leuven zou verliezen. Ze hebben die bekermatch alleen gewonnen
door de hand van God. Tegen Dender ben ik er ook niet gerust op,
je kan niet het hele seizoen blijven winnen.» |
|