|
Reactie(s) op het kennisgevingsdossier:
Het Germinal
Beerschot Collectief is een vereniging van supporters van
Germinal Beerschot die begaan zijn met de ontwikkeling van hun
club en dus met de plannen rond de bouw van een nieuw
voetbalstadion. Vandaag hebben zij het mandaat van ruim 3000
medesupporters om de standpunten zoals verwoord in het "Kiels
Manifest voor topvoetbal in Antwerpen" op alle mogelijke fora te
verdedigen. Dit aantal groeit nog steeds. Het Kiels Manifest en
de doelstellingen/acties van het Germinal Beerschot Collectief
zijn nader toegelicht op de website
www.kielsmanifest.be. Een kopie van het Kiels
Manifest wordt ook bijgevoegd bij de huidige inspraakreactie.
De meer dan
drieduizend gehandtekende formulieren – die telkens naam,
voornaam, geboortedatum, adres en handtekening van de
betrokkenen bevatten – worden hier om praktische redenen niet
bijgevoegd. Omdat het Germinal Beerschot Collectief geen
juridisch statuut heeft wordt deze inspraakreactie dan ook in
eerste instantie onder persoonlijke naam ingediend. Benadrukt
wordt echter dat dit het standpunt vertegenwoordigt van
duizenden Antwerpse voetbalsupporters die een uitgesproken visie
hebben op het stadiondossier dat deel uitmaakt van huidig
afbakeningsproces. Die visie komt erop neer dat een nieuw
stadion enkel aanvaardbaar is in zoverre het topvoetbal in
Antwerpen verder mogelijk maakt, d.w.z. in zoverre het
ondubbelzinnig ten dienste staat van de verdere groei van
Germinal Beerschot, de enige en nog jaar na jaar groeiende
Antwerpse eersteklasseclub. Deze keuze moet dan ook voorop staan
bij elke beslissing én elk voorafgaand onderzoek omtrent het
stadion. Het heeft geen enkele zin om een topvoetbalstadion in
Antwerpen te overwegen waar Germinal Beerschot en zijn
supporters zich niet in kunnen vinden, d.i. waar geen topvoetbal
zal worden gespeeld.
Het Germinal
Beerschot Collectief is op elk moment in de procedure bereid om
zijn standpunten nader toe te lichten. Ook het mandaat dat zij
op korte termijn van talloze Germinal Beerschotsupporters
ontvingen zal op eenvoudig verzoek worden getoond. Aangezien het
de kern vertegenwoordigt van de supporters die een nieuw stadion
zullen moeten bevolken, meent het Germinal Beerschot Collectief
dat het één van de noodzakelijke betrokkenen is in het verdere
debat.
Hierna worden de
belangrijkste opmerkingen in deze fase opgesomd.
Het uitgangspunt
van een gemeenschappelijk stadion Onder 3.3.6. van de
kennisgeving wordt eenvoudig vermeld : "Een nieuw stadion zou
dan plaats bieden aan beide Antwerpse clubs". Dit gegeven wordt
op geen enkele wijze onderbouwd maar vormt blijkbaar wel de
basis voor het hele verdere onderzoek. Dit uitgangspunt wekt
heel wat verbazing op.
In de eerste plaats
wordt om een onduidelijke reden gesproken over twee Antwerpse
clubs. Antwerpen herbergt nochtans heel wat méér voetbalclubs,
waarvan een heel aantal met een bijzonder mooie traditie. In de
21e eeuw is er echter slechts één club die zich op alle vlakken
onderscheidt als mogelijke topclub : Germinal Beerschot. Dit
blijkt o.m. uit de afdeling, klassering, budget,
toeschouwersaantallen, juridische structuur, jaarrekening, enz.
Uit al deze elementen is de overduidelijke groei van de club af
te leiden. Het is een objectief gegeven dat geen enkele andere
club in aanmerking komt om vergeleken te worden met Germinal
Beerschot, laat staan om op evenwaardige wijze in het
stadiondossier te worden behandeld. Een topvoetbalstadion moet
op een topclub gericht zijn, niet meer en niet minder. De
vaststelling dat Germinal Beerschot daar als enige voor in
aanmerking komt is geen momentopname, maar een duidelijke trend
die zich sinds jaren aftekent. Wij hebben respect voor de
traditie van andere Antwerpse clubs, maar een (ver) verleden kan
uiteraard geen basis zijn voor een rationele beslissing om
topvoetbal in Antwerpen te stimuleren door middel van de bouw
van een nieuw voetbalstadion.
Daarnaast is het
onbegrijpelijk dat de gemeenschappelijkheid van een stadion als
een onbetwiste randvoorwaarde lijkt te worden aangenomen. De
vraag of een gemeenschappelijk stadion wel aan de orde is, wordt
kennelijk niet gesteld. Nochtans lijkt het er niet op dat de
club Germinal Beerschot zich kan vinden in een gemeenschappelijk
voetbalstadion én lijken tal van praktische bezwaren te bestaan
tegen een gemeenschappelijk stadion. In België is op
professioneel niveau slechts één voorbeeld te vinden (Brugge),
en daar werkt Club Brugge, o.m. omdat het gemeenschappelijk
gebruik erg moeilijk blijkt, intensief aan een nieuw eigen
stadiondossier. Er zou in het kader van het plan-MER dus
minstens grondig onderzocht moeten worden of een
gemeenschappelijk stadion überhaupt wel haalbaar is. Bv. moet
worden nagegaan of in binnen- of buitenland
moderne stadioninfrastructuur van vergelijkbare omvang
(18.000-25.000 plaatsen) bestaat waarin meerdere clubs - in
symbiose - voetballen en zich kunnen ontwikkelen (zowel sportief
als economisch/financieel).
Wij kennen er zelf
geen.De voorselectie van mogelijke locaties
Enerzijds moet
worden vastgesteld dat het plan-MER sterkt terugvalt op een
onduidelijk locatieonderzoek dat blijkbaar binnen de
stadsadministratie van Antwerpen werd gevoerd. Deze
"voorselectie" die 4 mogelijke locaties opleverde werd kennelijk
gemaakt zonder transparante procedure, zonder inspraak van de
burger, zonder betrokkenheid van erkende deskundigen, zonder
duidelijke afwegingscriteria. Het voldoet m.a.w. aan geen enkele
voorwaarde van een effectenonderzoek en kan dan ook géén wettige
basis vormen voor een "voorselectie" die het eigenlijke plan-MER
zonder meer als uitgangspunt zou aanvaarden. Op deze wijze wordt
het alternatievenonderzoek, dat verplicht op het niveau van het
plan-MER moet worden gevoerd, volledig uitgehold.
Anderzijds wordt de
locatie 't Zand op Linkeroever aan de 4 door de stad weerhouden
locaties toegevoegd. Wij onderschrijven deze toevoeging
nadrukkelijk, en menen dat de toevoeging van 't Zand de waarde
van het onderzoek door de stad – waarin deze kansrijke locatie
blijkbaar terzijde werd geschoven – reeds sterk relativeert. Er
zijn ons geen duidelijke minpunten van deze locatie bekend.
Integendeel wordt het door de toekomstige Oosterweelverbinding
en een aantal tramlijnen goed ontsloten en ligt het ideaal aan
de rand van het grootstedelijk gebied. Dit wordt bevestigd in de
voorbereidende documenten bij het afbakeningsproces. Terecht
wordt ook onder
6.5.2.4. van de kennisgeving opgemerkt dat, wat
betreft de aanduiding als werfzone voor de realisatie van de
Oosterweelverbinding, het aanduiden van een alternatieve
werfzone een oplossing kan bieden. Het combineren van de
Oosterweelwerken én een nieuw stadion op deze locatie moet in
het plan-MER, en in samenspraak met BAM, grondig worden
onderzocht. Zo zou de niet weerhouden locatie "Linkeroever –
Banaan" (6.5.1.3.
kennisgeving) kunnen worden onderzocht als mogelijke
alternatieve werfzone. Volgens de kennisgeving gaat het om een
betrekkelijk geïsoleerd gebied waar het Ruimtelijk Structuurplan
Antwerpen o.m. een festivalweide voorziet. Het lijkt
onwaarschijnlijk dat deze toekomstige invulling niet verenigbaar
is met een actueel gebruik als werfzone. Het is, meer algemeen,
moeilijk voor te stellen dat een tijdelijk en oplosbaar probleem
(werfzone Oosterweelwerken) een voldoende reden kan zijn om de
duurzame inplanting van een stadion op een bij uitstek geschikte
locatie tegen te houden.
Verder wordt onder
6.5.1.1.
om onduidelijke redenen het alternatief Wilrijkse pleinen op
voorhand weggeschreven. Mogelijk behoort dit niet tot de
voorkeurslocaties van de stad, maar dit lijkt geen argument in
het kader van een objectief alternatievenonderzoek in een Vlaams
planproces. Ook de argumentatie dat deze locatie zou moeten
worden ingeschakeld in een parkstructuur, overtuigt niet als
doorslaggevend tegenargument. De Wilrijkse Pleinen liggen
volledig binnen een cluster van luidruchtige wegen – eiland
tussen wegen – zodat het onzinnig is om dit gebied een
parkfunctie te geven. Bovendien kan ook met de bouw van een
stadion op de Wilrijkse pleinen het groene karakter van dit
eiland bewaard blijven en zelfs visueel worden doorgetrokken in
het stadioncomplex. De (on)verenigbaarheid met het nabijgelegen
Middelheimpark kan verder onderzocht worden. Men kan
bijvoorbeeld visueel én geluidstechnisch een barrière vormen
t.o.v. het Middelheimpark (d.m.v. groene bermen, geleid richten
van geluid richting Ring, enz.). De geluidsbelasting is
bovendien occasioneel (1x per 14 dagen).
Daarnaast lijken de
Wilrijkse pleinen als locatie enkel voordelen te bieden. De
ontsluitingen via A12, E19 en Ring zijn aanwezig, openbaar
vervoer tot voor de deur, er is zelfs een spoorlijn binnen
bereik. De huidige functie is die van oefenvelden voor Germinal
Beerschot. Door hier een stadion op te trekken kan men dezelfde
functie behouden als voorzien op het gewestplan. Een
parkeerbeleid kan samen met de nabijgelegen Antwerp Expo worden
uitgewerkt. Beide functies zouden perfect op elkaar kunnen
aansluiten : evenementen in de Expo vinden overdag plaats en
evenementen in een voetbalstadion 's avonds. Indien aan een WK
wordt gedacht is alle nodige hotelaccomodatie reeds aanwezig op
wandelafstand. Tot slot: indien de historie van Antwerpse clubs
dan toch een rol speelt in de beslissing, zouden de Wilrijkse
pleinen hier mooi aan tegemoet komen aangezien daar de roots van
zowel Antwerp als Beerschot liggen.
In elk geval zijn
meer dan voldoende elementen aanwezig om deze locatie mee als
volwaardig alternatief te onderzoeken.
|