2 REACTIES

Lees hier enkele ontvangen reacties.

CONTACT

Mail al je vragen en reacties naar info@kielsmanifest.be

DE HANDTEKENINGTELLER

Binnenkort kan je hier het aantal geregistreerde handtekeningen raadplegen.

IN DE MEDIA

Hoe komt ons manifest in de media.

bekijk het hier.

IK WIL GRAAG MEEHELPEN!

Laat het ons weten via mail.

IK WIL HET MANIFEST ONDERTEKENEN.

Download hier het manifest en verzamel ook in jouw omgeving de nodige handtekeningen. Indien gewenst kan een exemplaar voor 100 handtekeningen aangevraagd worden per mail. Klik hier voor verdere richtlijnen en informatie over het inleveren van de formulieren.

LAATSTE NIEUWE BERICHTEN

Het officiële persbericht

Het manifest in de media

Een mooie kijk op Germinal Beerschot

Evolutie Germinal Beerschot

Het manifest in de media: HLN

Gezocht : hulp

Het manifest in de media: GVA

Peter Vandrenbempt over G. Beerschot

Club Brugge en het nieuwe stadion.

Delegatie van Germinal Beerschot collectief ontvangen op stadhuis.

Kiels manifest op zoek naar...

Nieuwe ontwikkeling omtrent locatieonderzoek

Nieuwe ontwikkeling omtrent locatieonderzoek (bis)

Gilles de Coster wil niet in zee met de vergane glorie van Antwerp FC

 

 

 

BEGINPAGINA

 

 

 

 

 

GERMINAL BEERSCHOT COLLECTIEF

Kiels Manifest voor Topvoetbal in Antwerpen

 

 

 

 

 

 

Reactie(s) op het kennisgevingsdossier:

 

Het Germinal Beerschot Collectief is een vereniging van supporters van Germinal Beerschot die begaan zijn met de ontwikkeling van hun club en dus met de plannen rond de bouw van een nieuw voetbalstadion. Vandaag hebben zij het mandaat van ruim 3000 medesupporters om de standpunten zoals verwoord in het "Kiels Manifest voor topvoetbal in Antwerpen" op alle mogelijke fora te verdedigen. Dit aantal groeit nog steeds. Het Kiels Manifest en de doelstellingen/acties van het Germinal Beerschot Collectief zijn nader toegelicht op de website www.kielsmanifest.be. Een kopie van het Kiels Manifest wordt ook bijgevoegd bij de huidige inspraakreactie.

 

De meer dan drieduizend gehandtekende formulieren – die telkens naam, voornaam, geboortedatum, adres en handtekening van de betrokkenen bevatten – worden hier om praktische redenen niet bijgevoegd. Omdat het Germinal Beerschot Collectief geen juridisch statuut heeft wordt deze inspraakreactie dan ook in eerste instantie onder persoonlijke naam ingediend. Benadrukt wordt echter dat dit het standpunt vertegenwoordigt van duizenden Antwerpse voetbalsupporters die een uitgesproken visie hebben op het stadiondossier dat deel uitmaakt van huidig afbakeningsproces. Die visie komt erop neer dat een nieuw stadion enkel aanvaardbaar is in zoverre het topvoetbal in Antwerpen verder mogelijk maakt, d.w.z. in zoverre het ondubbelzinnig ten dienste staat van de verdere groei van Germinal Beerschot, de enige en nog jaar na jaar groeiende Antwerpse eersteklasseclub. Deze keuze moet dan ook voorop staan bij elke beslissing én elk voorafgaand onderzoek omtrent het stadion. Het heeft geen enkele zin om een topvoetbalstadion in Antwerpen te overwegen waar Germinal Beerschot en zijn supporters zich niet in kunnen vinden, d.i. waar geen topvoetbal zal worden gespeeld.

 

Het Germinal Beerschot Collectief is op elk moment in de procedure bereid om zijn standpunten nader toe te lichten. Ook het mandaat dat zij op korte termijn van talloze Germinal Beerschotsupporters ontvingen zal op eenvoudig verzoek worden getoond. Aangezien het de kern vertegenwoordigt van de supporters die een nieuw stadion zullen moeten bevolken, meent het Germinal Beerschot Collectief dat het één van de noodzakelijke betrokkenen is in het verdere debat.

 

Hierna worden de belangrijkste opmerkingen in deze fase opgesomd.

Het uitgangspunt van een gemeenschappelijk stadion Onder 3.3.6. van de kennisgeving wordt eenvoudig vermeld : "Een nieuw stadion zou dan plaats bieden aan beide Antwerpse clubs". Dit gegeven wordt op geen enkele wijze onderbouwd maar vormt blijkbaar wel de basis voor het hele verdere onderzoek. Dit uitgangspunt wekt heel wat verbazing op.

 

In de eerste plaats wordt om een onduidelijke reden gesproken over twee Antwerpse clubs. Antwerpen herbergt nochtans heel wat méér voetbalclubs, waarvan een heel aantal met een bijzonder mooie traditie. In de 21e eeuw is er echter slechts één club die zich op alle vlakken onderscheidt als mogelijke topclub : Germinal Beerschot. Dit blijkt o.m. uit de afdeling, klassering, budget, toeschouwersaantallen, juridische structuur, jaarrekening, enz. Uit al deze elementen is de overduidelijke groei van de club af te leiden. Het is een objectief gegeven dat geen enkele andere club in aanmerking komt om vergeleken te worden met Germinal Beerschot, laat staan om op evenwaardige wijze in het stadiondossier te worden behandeld. Een topvoetbalstadion moet op een topclub gericht zijn, niet meer en niet minder. De vaststelling dat Germinal Beerschot daar als enige voor in aanmerking komt is geen momentopname, maar een duidelijke trend die zich sinds jaren aftekent. Wij hebben respect voor de traditie van andere Antwerpse clubs, maar een (ver) verleden kan uiteraard geen basis zijn voor een rationele beslissing om topvoetbal in Antwerpen te stimuleren door middel van de bouw van een nieuw voetbalstadion.

 

Daarnaast is het onbegrijpelijk dat de gemeenschappelijkheid van een stadion als een onbetwiste randvoorwaarde lijkt te worden aangenomen. De vraag of een gemeenschappelijk stadion wel aan de orde is, wordt kennelijk niet gesteld. Nochtans lijkt het er niet op dat de club Germinal Beerschot zich kan vinden in een gemeenschappelijk voetbalstadion én lijken tal van praktische bezwaren te bestaan tegen een gemeenschappelijk stadion. In België is op professioneel niveau slechts één voorbeeld te vinden (Brugge), en daar werkt Club Brugge, o.m. omdat het gemeenschappelijk gebruik erg moeilijk blijkt, intensief aan een nieuw eigen stadiondossier. Er zou in het kader van het plan-MER dus minstens grondig onderzocht moeten worden of een gemeenschappelijk stadion überhaupt wel haalbaar is. Bv. moet worden nagegaan of in binnen- of buitenland moderne stadioninfrastructuur van vergelijkbare omvang (18.000-25.000 plaatsen) bestaat waarin meerdere clubs - in symbiose - voetballen en zich kunnen ontwikkelen (zowel sportief als economisch/financieel).

 

Wij kennen er zelf geen.De voorselectie van mogelijke locaties

Enerzijds moet worden vastgesteld dat het plan-MER sterkt terugvalt op een onduidelijk  locatieonderzoek dat blijkbaar binnen de stadsadministratie van Antwerpen werd gevoerd. Deze "voorselectie" die 4 mogelijke locaties opleverde werd kennelijk gemaakt zonder transparante procedure, zonder inspraak van de burger, zonder betrokkenheid van erkende deskundigen, zonder duidelijke afwegingscriteria. Het voldoet m.a.w. aan geen enkele voorwaarde van een effectenonderzoek en kan dan ook géén wettige basis vormen voor een "voorselectie" die het eigenlijke plan-MER zonder meer als uitgangspunt zou aanvaarden. Op deze wijze wordt het alternatievenonderzoek, dat verplicht op het niveau van het plan-MER moet worden gevoerd, volledig uitgehold.

 

Anderzijds wordt de locatie 't Zand op Linkeroever aan de 4 door de stad weerhouden locaties toegevoegd. Wij onderschrijven deze toevoeging nadrukkelijk, en menen dat de toevoeging van 't Zand de waarde van het onderzoek door de stad – waarin deze kansrijke locatie blijkbaar terzijde werd geschoven – reeds sterk relativeert. Er zijn ons geen duidelijke minpunten van deze locatie bekend. Integendeel wordt het door de toekomstige Oosterweelverbinding en een aantal tramlijnen goed ontsloten en ligt het ideaal aan de rand van het grootstedelijk gebied. Dit wordt bevestigd in de voorbereidende documenten bij het afbakeningsproces. Terecht wordt ook onder 6.5.2.4. van de kennisgeving opgemerkt dat, wat betreft de aanduiding als werfzone voor de realisatie van de Oosterweelverbinding, het aanduiden van een alternatieve werfzone een oplossing kan bieden. Het combineren van de Oosterweelwerken én een nieuw stadion op deze locatie moet in het plan-MER, en in samenspraak met BAM, grondig worden onderzocht. Zo zou de niet weerhouden locatie "Linkeroever – Banaan" (6.5.1.3. kennisgeving) kunnen worden onderzocht als mogelijke alternatieve werfzone. Volgens de kennisgeving gaat het om een betrekkelijk geïsoleerd gebied waar het Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen o.m. een festivalweide voorziet. Het lijkt onwaarschijnlijk dat deze toekomstige invulling niet verenigbaar is met een actueel gebruik als werfzone. Het is, meer algemeen, moeilijk voor te stellen dat een tijdelijk en oplosbaar probleem (werfzone Oosterweelwerken) een voldoende reden kan zijn om de duurzame inplanting van een stadion op een bij uitstek geschikte locatie tegen te houden. 

 

Verder wordt onder 6.5.1.1. om onduidelijke redenen het alternatief Wilrijkse pleinen op voorhand weggeschreven. Mogelijk behoort dit niet tot de voorkeurslocaties van de stad, maar dit lijkt geen argument in het kader van een objectief alternatievenonderzoek in een Vlaams planproces. Ook de argumentatie dat deze locatie zou moeten worden ingeschakeld in een parkstructuur, overtuigt niet als doorslaggevend tegenargument. De Wilrijkse Pleinen liggen volledig binnen een cluster van luidruchtige wegen – eiland tussen wegen – zodat het onzinnig is om dit gebied een parkfunctie te geven. Bovendien kan ook met de bouw van een stadion op de Wilrijkse pleinen het groene karakter van dit eiland bewaard blijven en zelfs visueel worden doorgetrokken in het stadioncomplex. De (on)verenigbaarheid met het nabijgelegen Middelheimpark kan verder onderzocht worden. Men kan bijvoorbeeld visueel én geluidstechnisch een barrière vormen t.o.v. het Middelheimpark (d.m.v. groene bermen, geleid richten van geluid richting Ring, enz.). De geluidsbelasting is bovendien occasioneel (1x per 14 dagen).

 

Daarnaast lijken de Wilrijkse pleinen als locatie enkel voordelen te bieden. De ontsluitingen via A12, E19 en Ring zijn aanwezig, openbaar vervoer tot voor de deur, er is zelfs een spoorlijn binnen bereik. De huidige functie is die van oefenvelden voor Germinal Beerschot. Door hier een stadion op te trekken kan men dezelfde functie behouden als voorzien op het gewestplan. Een parkeerbeleid kan samen met de nabijgelegen Antwerp Expo worden uitgewerkt. Beide functies zouden perfect op elkaar kunnen aansluiten : evenementen in de Expo vinden overdag plaats en evenementen in een voetbalstadion 's avonds. Indien aan een WK wordt gedacht is alle nodige hotelaccomodatie reeds aanwezig op wandelafstand. Tot slot: indien de historie van Antwerpse clubs dan toch een rol speelt in de beslissing, zouden de Wilrijkse pleinen hier mooi aan tegemoet komen aangezien daar de roots van zowel Antwerp als Beerschot liggen.   

 

In elk geval zijn meer dan voldoende elementen aanwezig om deze locatie mee als volwaardig alternatief te onderzoeken.